De gemeenteraad keurt het belastingreglement op het weghalen en bewaren van gevonden goederen en voertuigen die het verkeer hinderen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 goed.
Er wordt voor de dienstjaren 2026-2031 een contante gemeentebelasting gevestigd op het weghalen en bewaren door de gemeente van goederen aan het bestuur afgegeven overeenkomstig de wet van 4 februari 2020, boek 3 ‘goederen’ van het Burgerlijk Wetboek betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden, met inbegrip van goederen die op de openbare weg worden geplaatst ter uitvoering van een vonnis van uithuiszetting.
De belasting slaat eveneens op het weghalen en bewaren van voertuigen, al dan niet ingeschreven, die parkeren op plaatsen waar dit parkeren door een wettelijke of reglementaire bepaling verboden is.
Gevonden goederen worden geregistreerd in een register.
Gevonden voorwerpen worden door de gemeente bewaard voor een periode van minimaal 6 maanden. Voor fietsen geldt een wettelijke bewaartermijn van 3 maanden. Voorwerpen die vatbaar zijn voor bederf of onhygiënisch zijn, worden onmiddellijk vernietigd. Na het aflopen van de wettelijke betaaltermijnen beschikt de gemeente over de gevonden goederen en/of voertuigen. De eventuele opbrengsten van verkoop of verschroting wordt geregistreerd door de gemeente en gedurende 5 jaar na registratie ter beschikking gehouden van de eigenaar. Deze heeft tot 5 jaar na de registratie als gevonden voorwerp het recht om diens eigendom, of de verkoopopbrengst ervan, op te eisen. 5 jaar na registratie als gevonden voorwerp, wordt het gevonden voorwerp of de verkoopopbrengst eigendom van de gemeente.
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen
- gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, §4
- wetboek van de inkomstenbelasting 1992, meer bepaald het artikel 464, 1°
- decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
- omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit
- wet van 4 februari 2020, boek 3 'Goederen' van het Burgerlijk Wetboek
- de financiële toestand van de gemeente
Het weghalen, stockeren en eventueel verwerken van goederen en voertuigen vergt een kost voor het gemeentebestuur. De belasting zorgt ervoor dat deze kosten niet volledig door de gemeenschap worden gedragen.
Om de continuïteit aan inkomsten te garanderen en om over een juridische rechtsgrond te beschikken om deze inkomsten te innen, is het opportuun om deze belasting te laten hernemen voor de periode 2026-2031, mits volgende aanpassingen:
Bovendien wordt volgend artikel toegevoegd m.b.t. indexering:
Het voormelde tarief wordt jaarlijks gekoppeld aan de evolutie van de algemene consumptieprijsindex. De eerste aanpassing gebeurt op 1 januari 2027. De index van december 2025 wordt als basis genomen. De aanpassing aan het consumptieprijsindexcijfer gebeurt jaarlijks op 1 januari op basis van het indexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat via onderstaande formule:
Formule: (huidig tarief) x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat/ consumptieprijsindex van december 2025. Hiervoor wordt de consumptieprijsindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt.
Het geïndexeerde bedrag wordt afgerond als volgt:
In het meerjarenplan 2026-2031 worden deze inkomsten jaarlijks voorzien.
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het belastingreglement op het weghalen en bewaren van gevonden goederen en voertuigen die het verkeer hinderen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 goed.