De gemeenteraad keurt het belastingreglement inzake heffing van een aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 goed.
De gemeenteraad vestigt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
De belasting wordt vastgesteld op 7,9% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt berekend op het inkomen dat de belastingplichtige heeft verdiend in het jaar vóór het aanslagjaar.
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen
- gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, §4
- wetboek van de inkomstenbelasting 1992, meer bepaald artikelen 464 tot en met 470/2
- decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
- omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit
- de financiële toestand van de gemeente
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Om de continuïteit aan inkomsten te garanderen en om over een juridische rechtsgrond te beschikken om deze inkomsten te innen, is het opportuun om deze belasting te laten hernemen voor de periode 2026-2031.
In het meerjarenplan 2026-2031 worden deze inkomsten jaarlijks voorzien.
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het belastingreglement inzake heffing van een aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 goed.