Eveline Sprangh diende op 21 november 2025 haar ontslag in als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst. De OCMW-raad neemt heden akte van dit ontslag. Aangezien er geen opvolger was aangeduid, heeft de LWD-fractie een voordracht voor een kandidaat-lid voor het bijzonder comité voor de sociale dienst ingediend. Zij dragen Lotte Cleymans voor als kandidaat-lid. Lotte Cleymans legt haar eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en in aanwezigheid van de algemeen directeur.
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen
- aanstelling en eedaflegging van Eveline Sprangh als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst op de installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 december 2024
- brief van 21 november 2025 houdende indiening ontslag als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst door Eveline Sprangh
- voordrachtsakte ingediend door de LWD-fractie
- uittreksel uit het bevolkingsregister van Lotte Cleymans
- uittreksel uit het strafregister van Lotte Cleymans
De akte van voordracht en de voorgedragen kandidaat voldoet aan de decretale bepalingen.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn neemt akte van de akte van voordracht van een kandidaat-lid voor het bijzonder comité voor de sociale dienst, ingediend op 5 december 2025.
Artikel 2: De raad voor maatschappelijk welzijn neemt akte dat de LWD-fractie Lotte Cleymans als kandidaat-lid voordraagt.
Artikel 3: Lotte Cleymans, wonende Chrysantenlaan 86 te 1840 Londerzeel, wordt verkozen verklaard als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en neemt akte van de eedaflegging in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de algemeen directeur.
Eveline Sprangh diende ontslag in als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen
- aanstelling en eedaflegging van Eveline Sprangh als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst op de installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 december 2024
- schrijven van 21 november 2025 houdende indiening ontslag als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst door Eveline Sprangh
De raad voor maatschappelijk welzijn dient akte te nemen van dit ontslag.
Enig artikel: De raad voor maatschappelijk welzijn neemt akte van het ontslag door Eveline Sprangh als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Marie-Louise Snackaert diende op 23 oktober 2025 haar ontslag in als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst. De OCMW-raad nam tijdens de zitting van 25 november 2025 akte van het ontslag. De aangeduide opvolger, Mario Robyn, ziet af van het mandaat.
NVA-fractie heeft een voordracht voor een kandidaat-lid voor het bijzonder comité voor de sociale dienst ingediend. Zij dragen Jana Claessens voor als kandidaat-lid. Jana Claessens legt de eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en in aanwezigheid van de algemeen directeur.
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen
- beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 november 2025 houdende akteneming ontslagname Marie-Louise Snackaert als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst
- voordrachtsakte ingediend door de NVA-fractie van 1 december 2025
- uittreksel uit het bevolkingsregister
- uittreksel uit het strafregister
De akte van voordracht en de voorgedragen kandidaat voldoen aan de decretale bepalingen.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn neemt akte van de akte van voordracht van een kandidaat-lid voor het bijzonder comité voor de sociale dienst, ingediend op 1 december 2025.
Artikel 2: De raad voor maatschappelijk welzijn neemt akte dat de NVA-fractie Jana Claessens als kandidaat-lid voordraagt met als kandidaat-opvolger Quinten De Ridder.
Artikel 4: Jana Claessens, wonende te Berreweide 17 te 1840 Londerzeel wordt verkozen verklaard als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en neemt akte van de eedaflegging in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de algemeen directeur.
De notulen van de vorige zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn werden opgesteld door de algemeen directeur. Deze worden voor goedkeuring voorgelegd aan de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Het zittingsverslag is in audiovorm online beschikbaar op volgende link: Londerzeel: Gemeente-/OCMW-raad: 25 november 2025
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen
- notulenverslag van de vorige zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn
- zittingsverslag in audiovisuele vorm van de raad voor maatschappelijk welzijn
De notulen van de vorige zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn zijn zowel in het motiverend als in het beschikkend gedeelte de volledige weergave van de zitting.
Enig artikel: De ontwerpnotulen van de vorige zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn worden aangenomen en goedgekeurd.
In het kader van het meerjarenplan 2026–2031 wordt de verhoging van de bijdragevoet van de tweede pensioenpijler voor contractuele medewerkers naar 3% vanaf 1 januari 2025 voorgesteld. Het sectoraal akkoord van 2020 legde een minimaal bijdragepercentage op van 2,5%, maar om niet in aanmerking te komen voor een malus op de responsabiliseringsbijdrage en potentieel te kunnen genieten van een korting op de responsabiliseringsbijdrage, is een bijdragepercentage van minstens 3,0% vereist.
- decreet lokaal bestuur en latere wijzigingen
- wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
- beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 december 2010 houdende 2de pensioenpijler contractanten. Intentieverklaring + aanstellen RSZPPO als opdrachtencentrale
- beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 22 maart 2011 houdende tweede pensioenpijler: invoering aanvullend pensioenstelsel voor de contractuele personeelsleden en goedkeuring bestek opgemaakt door RSZPPO
- beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 juni 2020 houdende goedkeuring van de verhoging van de minimale bijdragevoet tweede pensioenpijler voor de contractuele personeelsleden van 1% naar 2,5% in kader van het Sectoraal akkoord 2020 voor lokale en provinciale besturen
- beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 april 2022 houdende toetreding tot OFP Prolocus in functie van de tweede pensioenpijler voor het contractueel personeel
- sleuteldocumenten van OFP Prolocus, zijnde de statuten, de beheerovereenkomst, het financieringsplan (algemeen luik en specifiek luik VVSG), de Verklaring inzake Beleggingsbeginselen (algemeen luik en specifiek luik VVSG), het Kaderreglement en het bijzonder pensioenreglement, de toetredingsakte.
OCMW Londerzeel wil de pensioenkloof tussen haar statutair en contractueel personeel verkleinen. Bijgevolg wordt voorzien in een tweede pensioenpijler voor haar contractueel personeel. Het bestuur is sinds 1 januari 2022 aangesloten bij OFP Prolocus met een vaste bijdragenformule. De bijdragevoet werd vastgesteld op 2,5% van het aan RSZ onderworpen brutoloon.
Het sectoraal akkoord van 2020 legde een minimaal bijdragepercentage op van 2,5%, maar om niet in aanmerking te komen voor een malus op de responsabiliseringsbijdrage en potentieel te kunnen genieten van een korting op de responsabiliseringsbijdrage is een bijdragepercentage van minstens 3,0% vereist. De meeste lokale besturen in Vlaanderen hanteren intussen een bijdragepercentage van minstens 3,0%.
De nieuwe federale regering voorziet een vaste korting van 30% op de kostprijs van de tweede pensioenpijler voor de jaren 2024 tot en met 2028 (berekening in 2025 tot en met 2029) waarvoor een bijdragepercentage van 3% vereist is.
De op basis van het financieringsplan verschuldigde bijdragen worden ingehouden door de RSZ en daarna doorgestort aan OFP Prolocus. Uitzonderlijk worden de verschuldigde bijdragen ten gevolge van een retroactieve verhoging van het bijdragepercentage manueel gefactureerd.
In de lopende overeenkomst met OFP Prolocus werd bepaald dat het bestuur als bijkomende veiligheid vanaf 1 januari 2022, de eerste vijf jaar, bovenop de middelen nodig voor de pensioentoezegging, voorziet in een extra prefinanciering van 5% op de bijdragen om zo de kans op het betalen van bijkomende bijdragen te verkleinen; deze prefinanciering blijft ter beschikking van het bestuur ter financiering van latere bijdragen.
De gemeente vormt een MIPS-Groep (Multi-Inrichter Pensioenstelsel) met het OCMW en beide inrichters van het pensioenplan moeten eenzelfde verhoging doorvoeren om de MIPS-groep te behouden.
Voor 2025: rechtzetting gemeente: +/- 16.787 euro en rechtzetting OCMW: +/- 16.700 euro
Volgens de berekening van de pensioendienst betaalt de gemeente in 2025 een responsabiliseringsbijdrage van 49.000 euro. Als we de tweede pensioenpijler niet optrekken naar 3% betalen we het deficit van 67.000 euro. Als we de tweede pensioenpijler optrekken naar 3% dan betalen we 49.000 euro min 32.213 euro korting= 16.787 euro.
De aangepaste cijfers zijn verwerkt in de meerjarenplan 2026-2031.
De gemeente vormt een MIPS-Groep (Multi-Inrichter Pensioenstelsel) met het OCMW en beide besturen zijn verplicht eenzelfde verhoging door te voeren.
Enig artikel: De raad voor maatschappelijk welzijn besluit de bijdragevoet voor de tweede pensioenpijler van het contractueel personeel vanaf 1 januari 2025 te verhogen van 2,5% tot 3,0% van het aan RSZ onderworpen brutoloon.
In het kader van het meerjarenplan 2026–2031 wordt een aanpassing van de rechtspositieregeling voorgesteld: verhoging van de maaltijdcheques naar 8 euro (vanaf 1 januari 2026), verhoging van de bijdragevoet tweede pensioenpijler voor contractuele medewerkers naar 3% (vanaf 1 januari 2025) en aanpassing van de lijst van dienstvrijstellingen (vanaf 1 januari 2026).
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen
- beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 november 2024 houdende goedkeuring aanpassing lokale rechtspositieregeling voor het OCMW- personeel
- wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid en haar uitvoeringsbesluiten.
- documenten van OFP Prolocus, zijnde de statuten, de beheerovereenkomst, het financieringsplan (algemeen luik en specifiek luik VVSG), de Verklaring inzake Beleggingsbeginselen (algemeen luik en specifiek luik VVSG), het Kaderreglement en het bijzonder pensioenreglement, de toetredingsakte.
- schrijven van de federale Pensioendienst van 3 oktober 2025 houdende wijziging aan het systeem van de kortingen op de responsabiliseringsbijdrage voor de kosten van de tweede pensioenpijler contractuele personeelsleden van de provinciale en plaatselijke besturen
- beslissing van het vast bureau van 17 november houdende goedkeuring van de aanpassingen aan de lokale rechtpositieregeling voor het gemeentepersoneel
- protocol HOC - BOC van 26 november 2025
- positief advies van het managementteam van 26 november 2025
- bespreking op GRC Algemeen op 9 december 2025
1) Verhoging maaltijdcheques van 7,5 euro naar 8 euro (artikel 210 paragraaf 1 en 2)
Deze maatregel draagt bij aan de koopkrachtversterking van het personeel. De verhoging is bovendien in de lijn met het Koninklijk Besluit, goedgekeurd door de federale regering op 10 oktober 2025, dat de maximale nominale waarde van maaltijdcheques verhoogt. De werknemersbijdrage blijft 1,09 euro en de werkgeversbijdrage verhoogt van 6,41 euro naar 6,91 euro per maaltijdcheque. Deze aanpassing gaat in vanaf 1 januari 2026.
2) Verhoging bijdragevoet van de tweede pensioenpijler voor contractuele medewerkers naar 3% (Artikel 211)
De federale overheid heeft het systeem van de kortingen op de responsabiliseringsbijdrage voor de kosten van de tweede pensioenpijler van contractuele personeelsleden opnieuw aangepast. Door het grote aantal nieuwe toetredingen tot de tweede pensioenpijler sinds 2022 ontstonden structurele tekorten in het Gesolidariseerd Pensioenfonds (GPF). De bestaande bonus-malusregeling kon deze tekorten niet langer volledig compenseren.
Aanvankelijk besliste de vorige federale regering om vanaf 2025 niet langer in te staan voor de financiering van deze tekorten, waardoor de kortingen sterk zouden worden beperkt. De nieuwe federale regering komt hierop terug en voorziet een vaste korting van 30% op de kostprijs van de tweede pensioenpijler voor de jaren 2024 tot en met 2028 (berekening in 2025 tot en met 2029).
Deze maatregel biedt financiële ademruimte aan provinciale en lokale besturen en ondersteunt een duurzame pensioenopbouw voor contractuele medewerkers.
In Londerzeel betalen we op heden nog geen responsabiliseringsbijdrage waardoor de tweede pensioenpijler niet werd verhoogd tot 3%. Volgens de berekeningen van de pensioendienst (augustus 2025) zal de gemeente een responsabiliseringsbijdrage betalen vanaf 2025 en het OCMW vanaf 2026. Het is aangewezen om de verhoging toe te passen vanaf 1 januari 2025 om een optimale korting te genieten en geen deficit te betalen.
3) Dienstvrijstellingen (Artikel 322)
- kermisdag of een pedagogische studiedag
Tot en met 2023 genoten medewerkers van een dienstvrijstelling tijdens de jaarmarkt in Londerzeel Centrum, aangezien deze traditioneel plaatsvond op de vierde maandag van september, een reguliere werkdag. Sinds 2024 heeft het jaarmarktcomité de jaarmarkt echter verplaatst naar een zondag. Hierdoor vervalt de noodzaak om een dienstvrijstelling te voorzien op een werkdag.
Concreet betekent dit
- gemeentelijke sportdag
De subsidie voor de intergemeentelijke sportdag wordt stopgezet, aangezien het concept aan vernieuwing toe is. Uit interne overlegmomenten blijkt dat het oorspronkelijke doel van de sportdag, namelijk het bevorderen van verbondenheid tussen medewerkers, niet langer optimaal wordt gerealiseerd. Medewerkers geven immers de voorkeur aan activiteiten binnen hun eigen team, waardoor het verbindende karakter van de sportdag afneemt.
Om hierop in te spelen, wordt voorgesteld om het bedrag voor teambuildingactiviteiten op te trekken van € 35 naar € 50 per persoon. Dit biedt teams meer ruimte om zelf invulling te geven aan activiteiten die de onderlinge samenwerking en verbondenheid versterken. Daarnaast wordt het jaarlijkse personeelsfeest behouden als een organisatiebreed samenzijn, zodat er toch een moment van collectieve verbinding blijft bestaan.
* Verhoging maaltijdcheques van € 7,5 naar € 8 (vanaf 1 januari 2026):
Jaarlijkse meerkost van ongeveer € 26.900 voor alle medewerkers. Deze verhoging is reeds meegenomen in de meerjarenplanning 2026-2031.
* Verhoging bijdragevoet tweede pensioenpijler voor contractuele medewerkers van 2,5% naar 3% (vanaf 1 januari 2025):
De aangepaste cijfers zijn verwerkt in de MJP 2026-2031. Voor het jaar 2025 zullen de uitgaven lager liggen dan de raming in het MJP.
Voor 2025: rechtzetting gemeente: +/- 16.787 euro en rechtzetting OCMW: +/- 16.700 euro
Volgens de berekening van de pensioendienst betaalt de gemeente in 2025 een responsabiliseringsbijdrage van 49.000 euro. Als we de tweede pensioenpijler niet optrekken naar 3% betalen we het deficit van 67.000 euro. Als we de tweede pensioenpijler optrekken naar 3% dan betalen we 49.000 euro min 32.213 euro = 16.787 euro
* Schrappen sportdag:
Besparing van +/- € 2.500 vrij.
* Schrappen kermisdag:
Geen directe financiële impact, maar wel een extra dag dienstverlening.
* Verhoging budget teambuilding:
Jaarlijkse meerkost van ongeveer 4.650 euro voor alle medewerkers. Deze budgetten zijn verwerkt in de MJP 2026-2031.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de lokale rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel goed.
Artikel 2: Deze beslissing en de wijzigingen van de lokale rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel treden in werking op 1 januari 2026, behalve de verhoging van de tweede pensioenpijler die retroactief ingaat op 1 januari 2025.
Artikel 3: De lokale rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel maken integraal deel uit van deze beslissing.
Binnen het traject van de opmaak van het meerjarenplan werd de doeltreffendheid van de mantelzorgpremie echter in vraag gesteld. De premie zorgt immers eerder voor een symbolische erkenning (maximum 25 euro per maand per mantelzorger) en vormt voor geen enkele mantelzorger de drijfveer om zorg te verlenen. Om deze reden wordt het reglement inzake toekenning van een mantelzorgpremie opgeheven vanaf 1 januari 2026.
- decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de latere wijzigingen
- beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn in zitting van 16 december 2013 houdende goedkeuring reglement mantelzorgpremie
- beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn in zitting van 23 januari 2014 houdende goedkeuring wijziging reglement mantelzorgpremie
- beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn in zitting van 18 december 2014 houdende goedkeuring wijziging reglement mantelzorgpremie
- beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn in zitting van 28 maart 2017 houdende goedkeuring wijziging reglement mantelzorgpremie
- woonzorgdecreet van 15 februari 2019 (wetgeving rond Lokale dienstencentra die specifiek mantelzorgers benoemd als prioritaire doelgroep)
- beslissing van het College en burgemeester in de zitting van 16 december 2025 houdende de goedkeuring meerjarenplanning 2026 - 2031
Heden heeft de administratie de opdracht gekregen om een vernieuwde, doelgerichte en efficiënte werking uit te werken die de noden van mantelzorgers in onze gemeente dekt. Aangezien er geen budget meer voorzien is voor toekenning van mantelzorgpremies vanaf 1 januari 2026 dient het reglement te worden opgeheven.
Er is in het ontwerp-meerjarenplan jaarlijks €36 500 euro voorzien binnen actie R.07.07: "We organiseren een mantelzorgwerking".
Enig artikel: De raad van maatschappelijk welzijn heft het reglement inzake toekenning van een mantelzorgpremie op vanaf 1 januari 2026.
Er wordt op deze zitting een nieuw meerjarenplan goedgekeurd. Hierin is de materiële ondersteuning van personen met incontinentie en stomadragers (in de vorm van gratis restafvalzakken) niet meer opgenomen en hiervoor is geen budget meer voorzien vanaf 2026. Om deze reden wordt het reglement inzake materiële ondersteuning voor personen met blijvende incontinentie en stomadragers opgeheven vanaf 1 januari 2026.
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen
- beslissing van het vast bureau in zitting van 7 oktober 2019 betreffende de goedkeuring van het reglement materiële ondersteuning van personen met incontinentie en stomadragers, en de latere wijzigingen
- beslissing van de raad voor maatschappelijk in zitting van 26 november 2019 betreffende de goedkeuring van het reglement materiële ondersteuning van personen met incontinentie en stomadragers, en de latere wijzigingen
- beslissing van het vast bureau in zitting van 1 december 2025 betreffende de opheffing van het reglement inzake materiële ondersteuning voor personen met blijvende incontinentie en stomadragers
Wegens besparingsmaatregelen heeft het bestuur de keuze gemaakt om de materiële ondersteuning van personen met incontinentie en stomadragers in de vorm van gratis restafvalzakken stop te zetten vanaf 1 januari 2026.
Tot en met 2025 bedroeg het jaarlijks voorzien budget 3.600 euro. Vanaf 1 januari 2026 is er geen uitgave voor de toekenning meer voorzien.
Enig artikel: De raad voor maatschappelijk welzijn heft het reglement inzake materiële ondersteuning van personen met incontinentie en stomadragers op vanaf 1 januari 2026.
Artikel 254 van het decreet over het lokaal bestuur (DLB) bepaalt dat het meerjarenplan moet worden vastgesteld vóór het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen (eerste jaar van de eerste bestuursperiode). Dat meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen (eerste jaar van de volgende bestuursperiode). Het meerjarenplan bevat de beleidskeuzes van het nieuwe bestuur en de financiële vertaling ervan voor de volledige periode van het meerjarenplan en bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 249-275
- provinciedecreet van 9 december 2005, artikel 141-164
- besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen
- ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen
- omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus
Artikel 254 van het decreet over het lokaal bestuur (DLB) bepaalt dat het meerjarenplan moet worden vastgesteld vóór het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen.
Het meerjarenplan beantwoordt aan de evenwichtsnormen volgens artikel 16 van het BVR BBC van 30 maart 2018:
Het geconsolideerde rapport gemeente - OCMW voldoet dus aan deze voorwaarden.
Er dient wel rekening te worden gehouden met het feit dat gemeenten en OCMW's een geïntegreerd meerjarenplan hebben, maar met hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan.
Zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de OCMW-raad heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld. De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de OCMW-raad maakt. Die besluitvorming dient als volgt te verlopen:
De vaststelling van het meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de gemeenteraad/OCMW-raad.
Enig artikel: De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het meerjarenplan 2026-2031 voor het deel OCMW vast.
Ondanks de intussen fel gedigitaliseerde wereld blijft er nog steeds drukwerk nodig (briefpapier en omslagen). Print.Vlaanderen werkt onder de raamovereenkomst voor drukwerk van het Agentschap Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid en voerde de procedure via de mededingingsprocedure met onderhandeling, waardoor we niet zelf meer een overheidsopdracht moeten doen.
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen
- wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten
- gemotiveerde gunningsbeslissing van Vlaamse Regering van 18 juli 2025 tot gunning van de overheidsopdracht waarvan het voorwerp bestaat uit ‘aanleveren drukwerk met bijhorend online bestelportaal, voorzien van koppelingen’ (bestek 2024/HFB/MPMO/125590)
- besluit van de Vlaamse Regering waarbij de opdracht wordt gegund aan de firma Albe de Coker NV, Boombekelaan 12 te 2660 Hoboken
Via de raamovereenkomst van het Facilitair Bedrijf kunnen wij onze communicatie bestellen zonder zelf de markt te moeten raadplegen. Print.Vlaanderen werkt onder de raamovereenkomst voor drukwerk van het Agentschap Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid.
De opdracht heeft een initiële looptijd van 4 jaar. Deze raamovereenkomst kan éénmalig verlengd worden met een periode van 1,5 jaar.
Er is budget voorzien in het nieuw meerjarenplan.
Enig artikel: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de toetreding tot de raamovereenkomst van het Agentschap Facilitair Bedrijf inzake aanleveren van drukwerk met bijhorend online bestelportaal, voorzien van koppelingen conform hun bestek met referentie 2024/HFB/MPMO/125590 - Perceel 2 goed.
Op basis van artikel 492 uit het decreet lokaal bestuur legt elke welzijnsvereniging in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de raad voor maatschappelijk welzijn een evaluatieverslag voor aan de raad voor maatschappelijk welzijn. Dat verslag omvat een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de raad voor maatschappelijk welzijn zich binnen drie maanden uitspreekt.
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheic artikel 492
- verslag van de raad van bestuur van Welzijnskoepel West-Brabant van 19 november 2025 houdende bespreking van het evaluatieverslag op
- aansluiting van het OCMW bij de Welzijnskoepel West-Brabant
- evaluatieverslag voor Welzijnskoepel West-Brabant
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd om het evaluatieverslag goed te keuren en zich akkoord te verklaren met het voorstel tot behoud van de verzelfstandiging.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het evaluatieverslag van de Welzijnskoepel West-Brabant goed en stemt in met het voorstel tot behoud van de verzelfstandiging.
Artikel 2: De raad voor maatschappelijk welzijn maakt onderhavige beslissing over aan de Welzijnskoepel West-Brabant en de Vlaamse Regering.
Namens de raad voor maatschappelijk welzijn
Namens 04 Raad voor Maatschappelijk Welzijn,
Henk VERTONGHEN
algemeen directeur
Tom TROCH
voorzitter