Terug
Gepubliceerd op 01/07/2022

Notulen  18 GRC Maatschappij

wo 18/05/2022 - 20:00 Zaal Van Roy
    • Aanpassing ontwerp politiereglement voor de politiezone K-L-M

      Op vraag van de korpschef werd in 2019 van start gegaan met de herwerking van de huidige algemene politiereglementen van de gemeenten die deel uitmaken van de politiezone K-L-M. Doorheen de jaren waren er diverse verschillen opgetreden tussen de teksten hiervan bij de 3 gemeenten waardoor het voor de politiediensten niet makkelijk was naar handhaving toe.

      Er werd een stuurgroep opgericht met de 3 burgemeesters, de 3 algemeen directeurs, de korpschef en enkele afgevaardigden van de politie en de milieu-ambtenaren van de 3 gemeenten. Binnen deze stuurgroep werden ook nog enkele werkgroepen opgericht met een specifiek thema.

      Het politiereglement werd juridisch nog eens gescreend door Haviland met hun praktijkkennis van handhaving. Tot slot werd er ook voor de termijnen van aanvraag voor evenementen, op basis van de adviezen van de vrijetijdsdiensten van de 3 gemeenten, door de algemeen directeurs een tabel uitgewerkt. We hopen door deze tabel de langere aanvraagtermijnen te hebben voor evenementen met groot veiligheidsrisico en korte aanvraagtermijnen voor evenementen met weinig veiligheidsrisico.

      Juridische grond

      - decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen

      - ontwerp algemeen politiereglement versie van 3 augustus 2021

      - adviezen van VVSG, GAS-ambtenaren van de provincie Vlaams-Brabant, de vrijetijdsdiensten van de 3 gemeenten en Haviland

      - beslissingen van het college van burgemeester en schepenen van 16 augustus 2021 en 7 maart 2022 houdende goedkeuring van de aanpassing ontwerp politiereglement voor de politiezone K-L-M

      Motivatie

      Net zoals er eind 2020-begin 2021 een eengemaakt zonaal reglement vanuit de brandweerzone werd goedgekeurd, werd ook een eengemaakt politiereglement opgemaakt voor de politiezone K-L-M. De definitieve ontwerpversie, na een eindrevisie door de 3 algemeen directeurs, wordt voorgelegd aan de 3 colleges van de betrokken besturen.

      Bespreking

      Korpschef Alain Meerts licht dit agendapunt toe.

      Raadslid Sanne Eeckelers merkt op dat er in de bijlagen een negatief advies van de Jeugdraad zit voor de nieuwe APR. Ze vraagt zich dan ook af wat daarmee zal gebeuren en wat de gemeente zal doen om tegemoet te komen.

      Burgemeester Conny Moons beaamt dat dit advies werd toegevoegd en geeft aan dat dit ter elfder uren bezorgd werd. Dit werd afgelopen maandag bekeken op het college van burgemeester en schepenen. Er zitten een aantal dingen bij waarvan we kunnen stellen dat er bepaalde zaken niet helemaal goed doorgedrongen zijn. Die willen we nog even doorspreken. Komende vrijdag staat er een JAL gepland waar we nog even enkele dingen tegen het licht wensen te houden. Bij deze vermeld ik alvast dat, vermits dat verslag ertussen gekomen is en dat we toch een aantal zaken willen duiden, we dat dossier ook zullen terugtrekken op de gemeenteraad van mei. Normaal gezien was de gemeenteraad van mei wel voorzien, omdat het in Meise reeds gestemd is en ik Kapelle-op-den-Bos eind deze maand gestemd zal worden. Londerzeel dan iets later zijn. Burgemeester Moons heeft hier dan ook nog geen pasklaar antwoord op, maar heeft wel al met schepen Robbyns en de dienst Vrije Tijd al even deze zeer lijvige brief overlopen en dus, zoals reeds vermeld, ook op het college. Dit zouden we met de dienst ook nog eens in detail willen doen.

      Schepen Dimitri Robbyns wil hier nog even kort op reageren en haalt aan dat in het MJP voorzien was om de JAL een extra boost te geven. Nu merk je dat die boost er ondertussen wel degelijk is, gezien het redelijk sterk advies vanuit de jeugdraad. Vermoedelijk is het al decennia geleden dat er vanuit de JAL, buiten de verslagen die we nu al gezien hebben, een heel goed advies gegeven werd. We willen dit dan ook samen met hen bespreken en bekijken waar dit vandaan komt, hoe dit gegaan is en waar we als gemeente nog rekening mee dienen te houden en bekijken of we hen ergens een stuk tegemoet kunnen komen. Het was nu wel heel kort dag, maar ze hebben toch hun werk gedaan op redelijk professionele wijze. Daarom vindt schepen Robbyns dat we vanuit onze gemeenteraad dit moeten aanvaarden en de mensen ook de kans geven om dit op een goede manier te kunnen toelichten. Vanuit onze dienst zullen we daar ook met de nodige argumenten op die vergadering zitten, maar we moeten dit zeker ook een kans geven. Daarom hebben we met het college van burgemeester en schepenen ook besloten om dit voorlopig terug te trekken van de agenda van de gemeenteraad van mei. Gezien de lange aansleep van dit reglement, gaan we ervanuit dat het nu ook niet op een maand zal uitkomen. Zeker niet wanneer dit dan betekent dat we nog in overleg zouden kunnen gaan om te bekijken of er dingen kunnen verbeteren.

      Raadslid Tom Troch begrijpt dat het vanuit het standpunt van de politie belangrijk is dat er naar de bevolking toe gelijke regels zijn en dat een agent bij het uitrukken zich niet moet afvragen op welk grondgebied hij zich bevindt en welke regels dan gelden. Echter, wanneer hij ziet wat de JAL vraagt, vraagt hij zich af of dat nu voor elk onderdeel van dat reglement precies overal hetzelfde moet zijn. Daarmee bedoelt hij dat de burgemeester bv. de toelating geeft dat een fuif tot 4 uur mag duren i.p.v. tot 3 uur. Hij ziet dan ook niet goed hoe dat een hemelsgroot probleem zou kunnen zijn, dat dat in Meise bv. niet zo is. Zo kan hij zich voorstellen dat je als politie de verordeningen hebt. Is het dan zo'n groot probleem dat daar een verschil op zit? Ook wanneer ze de Uitleendienst aanhalen en wanneer de vergunning wordt afgeleverd. Dit maakt op zich toch niet veel uit voor een politiereglement, of de gemeente Londerzeel die vergunning nu 2 of 4 weken op voorhand aflevert, wanneer men dat in Meise 6 weken doet? Hij kan zich moeilijk voorstellen dat dit voor een agent zo'n probleem is.

      Korpschef Alain Meerts antwoordt hierop dat er 2 aspecten moeten bekeken worden:

      - wanneer er een beslissing is van de burgemeester, dan bekijken we deze beslissing en wordt deze uitgevoerd. Dat is de regel. Dat is logisch. Wij geven ook advies. Dat is nog steeds het hoofddoel van de politie. Wanneer daar een afwijking is, zijn onze mensen daarvan op de hoogte op het terrein zelf. Je zou dan kunnen zeggen dat, of dat nu in Londerzeel of in Meise is, het niet veel uitmaakt als het daar verschillend is.

      - waar je wel mee rekening dient te houden is dat wij een team van coördinatoren hebben, hoofdinspecteurs, die deze zaken behandelen en voorbereiden. Als daar geen uniformiteit is, wordt het voor deze medewerkers een huzarenstuk om de agenda te maken en onze mensen voor te bereiden en in te zetten. Dat is bijna ondoenbaar. Het is vandaag al moeilijk. Dat staat los van de inzet en het feit dat je een evenement beheert. Het gaat over het voorbereiden.

      Aangezien aangegeven werd dat de burgemeester en schepenen dit dossier nogmaals zouden herbekijken, geeft korpschef Meert aan dat hij hier nu niet in detail wenst te gaan en in te gaan in een discussie rond sluitingsuren e.d., maar hij benadrukt de noodzaak van een zekere vorm van uniformiteit, zodat zijn medewerkers weten aan welke termijnen ze zich moeten houden. Het voorbereidend werk houdt heel wat in: risico-analyse, inzet personeel, rekening houden met de inzet van personeel voor bv. een evenement van 21.00 tot 3.00 uur waarbij het personeel dan wordt ingezet vanaf 19.30 of 20.00 uur tot 4.00 uur. Het evenement stopt om 3.00 uur, maar de personeelsinzet is tot 4.00 uur, om ervoor te kunnen zorgen dat de zaken achteraf ook goed verlopen. Het incalculeren van al deze zaken is niet zo simpel. Die uniformiteit is dan ook zeer belangrijk voor de politie. Daarom vragen we om in de 3 gemeenten op dezelfde manier te kunnen werken, om fouten te kunnen vermijden.

      Raadslid Troch kan zich wel voorstellen dat er een verschil is tussen 'speciale' evenementen (die niet wekelijks/maandelijks plaatsvinden) en bv. een maandelijkse fuif. Hij gaat ervan uit dat voor die laatste, het dan toch niet zo moeilijk kan zijn om daar advies over te geven. Wanneer het bv. zou gaan om een openluchtfuif, kan hij zich voorstellen dat het inderdaad veel moeilijker is. Hij vraagt zich dit af, omdat hij het advies begrijpt en dat hij vreest dat er zal gebotst worden tussen wat werkbaar/wenselijk is voor de politie en wat werkbaar/wenselijk is voor de verenigingen.

      Korpschef Alain Meerts geeft aan dit te begrijpen, maar voor hem blijft het belangrijk dat de gegeven adviezen correct en zo objectief mogelijk zijn. Er zijn bepaalde evenementen waar minder tijd in kruipt, maar het komt er ook allemaal nog bij. Wanneer hij de lijst bekijkt van alle evenementen die in de politiezone K-L-M plaatsvinden, is deze enorm. Dat betekent bijgevolg een enorme verwerking. Dat staat los van de personeelsinzet, jaarlijks 2.800 uren. Hij geeft aan dat de politie enkel advies geeft en niets bepaalt. De vraag om uniform te kunnen werken was wel op vraag van de politie, omdat er vastgesteld wordt dat dit regelmatig voor problemen en discussies zorgt.

      Schepen Leen Van Aken verwijst naar de opmerking van de JAL i.v.m. het sluitingsuur. De verenigingen halen aan dat wanneer ze moeten stoppen om 3.00 uur, dit wil zeggen dat ze de kassa reeds moeten sluiten om 2.00 uur (dat is dan de afspraak). Er komen echter vaak mensen pas toe tussen 0.00 en 1.00 uur. Dan hebben deze mensen eigenlijk maar een uurtje om te verbruiken. Zit daar nog rek op? Kan de verantwoordelijkheid hiervoor bij de gemeente worden gelegd, of wil de politie dit in de hand houden, zodat dit overal hetzelfde is? Wat is daar de reden van? Ze stellen dat ze toch liever opnieuw naar 4.00 uur gaan, zodat de kassa pas om 3.00 uur moet gesloten worden en er op die manier toch nog een uurtje extra kan verdiend worden.

      Korpschef Meerts antwoordt dat er verschillende redenen zijn voor het sluitingsuur. Hij benadrukt dat de politie vooral advies geeft, maar dat er vanuit de politie toch in het kader van dit verhaal een aantal wensen geformuleerd werden vanuit de politie. Voor wat betreft het uur, zijn er dus een aantal redenen om naar dat uur, zijnde 3.00 uur, te gaan:

      - een gelijkstelling met het sluitingsuur van de café's, om te vermijden dat na het sluiten van de café's, men nog afzakt naar een fuif. Hij begrijpt dat dit voor een vereniging of organisator zeer interessant kan zijn, maar het publiek dat je dan aantrekt zijn meestal mensen die al goed gedronken hebben en die je eigenlijk zelfs geen drank meer zou mogen geven (puur wettelijk gezien);

      - veel ouders zijn bereid om tot 2.00 à 3.00 uur hun kinderen nog te komen ophalen, maar eens 3.00 uur is dit gedaan. Die hangen bijgevolg rond. Sommigen komen met de fiets, wat positief is. Dat is dan voornamelijk jeugd van in de buurt. Er zijn er echter ook veel die niet van in de buurt zijn en die hier ook komen en niet met de fiets zijn. Ze komen hetzij met de bus, of vervoer via de ouders, maar die blijven hier hangen;

      - effectieve personeelsinzet: wanneer het sluitingsuur 3.00 uur is, wordt het personeel ingezet tot 4.00 uur. Ook daar zijn statutaire bepalingen waarmee men rekening dient te houden;

      In het kader van veiligheid is het dan ook voor de politie heel duidelijk dat 3.00 uur voor hen het ideale uur is. Volgens de inspecteurs heeft dat uurtje meer zelfs weinig financiële meerwaarde, tenzij er nog een aantal dronkaards zouden zijn die aan de toog hangen.

      Burgemeester Conny Moons deelt mee dat in het bestaande politiereglement 3.00 uur staat, met een mogelijkheid tot uitzondering tot 4.00 uur. De afgelopen jaren hebben echter de betrokken burgemeesters ervoor gekozen om voor bepaalde fuiven 4.00 uur de regel te maken en van die 3.00 uur een uitzondering. Die 3.00 uur is er eigenlijk altijd al geweest, maar werd anders in de praktijk.

      Raadslid Koen Zwetsloot haalt aan dat het sluitingsuur van 4.00 uur de regel was voor de fuifzalen.

      Raadslid Bart Van Doren geeft aan dat het handig was geweest om a.h.v. een markering in de tekst van het nieuwe reglement, de wijzigingen te kunnen zien en dat het vorige reglement ook bijgevoegd zou zijn.

      Burgemeester Moons geeft aan dat het hier gaat om een volledig nieuwe tekst en niet zomaar wijzigingen van het bestaande reglement.

      Raadslid Van Doren merkt op dat ook de oude tekst niet in de bijlagen zit.

      Burgemeester Moons repliceert dat het huidige reglement op de gemeentelijke website te vinden is.

    • Goedkeuring van de notulen van de vorige zitting van de GRC Maatschappij van 20 april 2022

      De notulen van de vorige zitting van de gemeenteraadscommissie Maatschappij werden opgesteld door de secretaris van de gemeenteraadscommissie. Bovendien werd er een audiovisueel verslag gepubliceerd op het gemeentelijk YouTube-kanaal ([%rechtstreekse link audiovisueel verslag op YouTube%]). Dit zittingsverslag maakt integraal deel uit van de notulen. Deze worden voor akteneming en goedkeuring voorgelegd aan de leden van de gemeenteraadscommissie Maatschappij.

      Juridische grond

      - decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen

      - ontwerpverslag van de zitting van 20 april 2022

      - audiovisueel verslag van de zitting van 20 april 2022

      Motivatie

      De notulen van de vorige zitting van de gemeenteraadscommissie Maatschappij zijn zowel in het motiverend als in het beschikkend gedeelte de volledige weergave van de zitting.

      Bespreking

      De notulen van de vorige zitting van de gemeenteraadscommissie Maatschappij zijn zowel in het motiverend als in het beschikkend gedeelte de volledige weergave van de zitting.

    • Beleidsnota, financiële nota en toelichting jaarrekening 2021

      Bij het afsluiten van het boekjaar wordt de jaarrekening opgemaakt. De jaarrekening bestaat uit een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting.

      Vanaf het MJP 2020-2025 vormen de gemeente en het OCMW samen 1 rapporteringsentiteit en maken een geïntegreerde jaarrekening op. Juridisch blijven het echter 2 afzonderlijke entiteiten, waardoor zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn elk over hun deel van de gezamenlijke jaarrekening dienen te stemmen. De gemeenteraad keurt het deel van de jaarrekening zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed en stelt zo de gezamenlijke jaarrekening van de gemeente en het OCMW definitief vast.

      Het geconsolideerd resultaat boekjaar 2021 (GE + OC) is het volgende :

      Het budgettair resultaat van het boekjaar bedraagt: - € 368.160

      Het gecumuleerd resultaat vorig boekjaar bedraagt: € 7.182.047

      Het gecumuleerd budgettair resultaat en tevens ook het beschikbaar budgettair resultaat bedragen: € 6.813.886

      De AFM (autofinancieringsmarge) bedraagt: € 4.079.165

      Een rechtstreeks gevolg van de geïntegreerde beleidsdocumenten GE en OC is dat er geen gemeentelijke bijdrage aan het OCMW meer wordt berekend en opgenomen in het MJP.

      Artikel 274 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de gemeente ervoor moet zorgen dat het OCMW zijn financiële verplichtingen kan nakomen. Dat verloopt echter niet meer zoals vroeger via de opname van een geraamde gemeentelijke bijdrage in het meerjarenplan, maar door een tussenkomst in de financiële verplichtingen van het OCMW bij de vaststelling van de jaarrekening en de resultaatsverwerking die erin is opgenomen.

      De ‘tussenkomst van de gemeente in het tekort van het OCMW’ is geen opgelegde ‘berekening’, en berust louter op consensus tussen de gemeente en het OCMW. Het is aan beide raden om hierover te beslissen. Ingevolge de beslissing van de resp. raden d.d.25 mei 2021 wordt de tussenkomst van de gemeente in het tekort van het OCMW bepaald op negatief saldo van het gecumuleerd budgettair resultaat van het OCMW tot herroeping van dit principe.

      Voor boekjaar 2021 komt dit neer op een bijdrage van € 2.144.710

      Juridische grond

      - decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen, en meer bepaald art. 41 lid 2, 3° en art. 249 DLB

      - organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de latere wijzigingen

      - besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen

      - ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen

      Motivatie

      De gemeente en haar OCMW vormen samen 1 rapporteringsentiteit en maken een geïntegreerde jaarrekening. Juridisch blijven het echter 2 afzonderlijke entiteiten. Daarom stemmen de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn elk over hun deel van de gezamenlijke jaarrekening. De gemeenteraad keurt het deel van de jaarrekening zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed en stelt zo de gezamenlijke jaarrekening van de gemeente en het OCMW definitief vast.

      Bespreking

      Financieel directeur Christel Van Hoeymissen licht dit agendapunt toe.

      Ze verwijst hierbij naar document J2, te vinden op pagina 85 van het document in bijlage.

      De jaarrekening 2021 sluit met een beschikbaar budgettair resultaat van € 6.813.886.

      Dit resultaat is de som van het exploitatie-, het investerings- en het financieringssaldo.

      Exploitatiesaldo, zijnde het verschil tussen de uitgaven en de ontvangsten reguliere werking:

      - uitgaven: 29,4 miljoen euro;

      - ontvangsten: 36,8 miljoen euro.

      Dit maakt dat er een exploitatiesaldo van 7,3 miljoen euro is.

      Bij investeringen:

      - uitgaven: 4,6 miljoen euro;

      - ontvangsten: 141.122 euro.

      Dit geeft een negatief saldo op investeringen van 4,5 miljoen euro.

      Op financiering, dit zijn de leningen:

      - uitgaven: 3,2 miljoen euro;

      - ontvangsten: 87.000 euro.

      Dit geeft een saldo van 3,1 miljoen euro, negatief.

      De som van deze saldi geeft het budgettair resultaat van het boekjaar.

      Wanneer we gaan kijken naar het resultaat van het vorig jaar, sluiten we nu de jaarrekening 2021 af met een beschikbaar budgettair resultaat van 6,8 miljoen euro.

      In de rechterkolom van J2 zie je de cijfers van het meerjarenplan en dan kan je zien dat het gecumuleerd budgettair resultaat geraamd was op 3,9 miljoen euro, waar we nu eindigen op 6,8 miljoen euro.

      Waar zitten deze grote verschillen?

      Bij exploitatie, het saldo van 7,3 miljoen euro. Waar zitten de grote verschillen tussen het meerjarenplan en de jaarrekening?

      Ontvangsten:

      - opcentiemen onroerende voorheffing: 915.000 euro meer dan gebudgetteerd was. Dit is vrij bizar, omdat de cijfers worden ingegeven op basis van de gegevens, de ramingen die we vanuit de hogere overheid zelf krijgen. We hebben dit geanalyseerd en stellen vast dat er nog een groot saldo van het jaar voordien, dus 2020, in 2021 ontvangen is. Dat verklaart die afwijking van 915.000 euro.

      - in 2021 hebben we ook nog diverse COVID-subsidies gekregen. We hebben ook nog verschillende VIA5- en VIA6-subsidies gekregen en een aantal subsidies voor het onderwijs i.k.v. de Digisprong

      - subsidie 'oversijpelingseffect' i.k.v. VIA6 om het verschil tussen VIA- en nietVIA-personeel te overbruggen.

      Dit zijn zowat de grootste verschillen tussen jaarrekening en meerjarenplan binnen de exploitatie-ontvangsten.

      Uitgaven:

      - werkingskosten: verschillende werkingsuitgaven zijn niet gebeurd omwille van corona, waaronder een aantal activiteiten die niet konden plaatsvinden en dus geschrapt zijn. Anderzijds waren er wel extra kosten, net omwille van die COVID;

      - personeelskosten: hier zien we een verschil van 1 miljoen euro minder dan wat gebudgetteerd was. Dit is te wijten aan de algemene trend - en dus niet alleen in Londerzeel, maar in alle openbare besturen - van het grote personeelsverloop waarbij openstaande of nieuwe vacatures niet of met vertraging worden ingevuld. Dit zowel binnen de gemeente als binnen het OCMW.

      Dit verklaart in grote mate het verschil tussen jaarrekening en meerjarenplan voor wat betreft de exploitatie-uitgaven.

      Verschillen investeringsuitgaven:

      Uitgaven:

      - verschillende budgetten werden overgedragen van 2021 naar 2022 omwille van een gunning in 2021, maar facturen die nog komen in 2022. De lijst van overgedragen budgetten maakt deel uit van de bundel in bijlage (achteraan integraal terug te vinden). Enkele voorbeelden: sanitair Leireken, verfraaiing GC Gerard Walschap, brand- en gasdetectie onderwijs, stookplaats Ter Elst, luifel Ter Elst (budget was voorzien in 2021, gunning is begin 2022 gebeurd), ramen werkhuizen GTIL (gegund in 2021, maar factuur in 2022).

      Dit verklaart waarom er een verschil is tussen het geraamde budget en het gerealiseerde budget.

      Ontvangsten:

      - enkele kleinere subsidies: o.a. het dak van De Academie, een premie voor het beheersplan van de Sint-Kristoffelkerk, een subsidie stroomversnellers, een subsidie voor een warmtepomp, subsidie Bergkapel en nog een premie voor zonnepanelen Kouterschool.

      Verschil in financieringsbudgetten:

      Uitgaven:

      - dit zijn de aflossingen van de leningen. We stellen hier wel vast dat we 40.000 euro minder aan aflossingen betaald hebben dan geraamd was. Bij de intresten, wat dan bij het exploitatiesaldo zat, is er ongeveer 32.000 euro minder betaald dan geraamd. Dit heeft te maken met het continu opvolgen van onze schuldportefeuille en het regelmatig screenen ervan en dan ingaan op de opportuniteiten.

      Ontvangsten:

      -  initieel was hier 2 miljoen euro voorzien, dus gepland om voor 2 miljoen euro nieuwe leningen aan te gaan. Dit is niet gebeurd en reeds voor het vierde jaar op rij. In 2018 was dit slechts beperkt, in 2019, 2020 en 2021 zijn we geen leningen aangegaan. Het kleine bedrag dat daar te zien is, is de financiële verwerking van de 'sale and lease back' van het project licht als dienst van Fluvius en de obligatielening van Intradura. Dat is eigenlijk een financiële constructie met de intercommunale.

      Dit was in vogelvlucht een samenvatting het afgelopen jaar, in cijfers dan.

      Daarnet had ik het over een opsplitsing tussen gemeente en OCMW. Deze is er in principe dus niet meer. Enkel in document J3, op pagina 88, is er nog een opsplitsing tussen gemeente en OCMW. Daar zie je effectief op die drie luiken (exploitatie, investering en financiering) het verschil uitgaven - ontvangsten en een vergelijking jaarrekening en meerjarenplan.

      Op pagina 96 e.v. is er een summiere vergelijking per budgetcode. Hier werd een vergelijking gemaakt om te bekijken waar de afwijkingen zitten op die algemene rekeningen en wat de reden van de afwijking is op exploitatie. Dit kan doorgenomen worden, maar deze werden hier in grote lijnen reeds vernoemd bij het verschil tussen het meerjarenplan en de jaarrekening.

      Op pagina 107 e.v. zie je een opsplitsing van de uitgaven - ontvangsten, zowel in exploitatie, als in investering, naar economische aard. Daar zie je o.a. ook dat miljoen staan op personeelskosten dat ik heb genoemd. Daar zie je het op economische aard.

      Voor het verschil tussen budget en de rekening bij de investeringen. De afwijkingen kan men daar terugvinden in een Excel-document, bijgevoegd vanaf pagina 137.

      Voor de geïnteresseerden: de evolutie van de financiële schuld is terug te vinden onder schema T4. Daar is ook perfect het effect van de schuldafbouw te zien.

      Voorzitter Mark Verbruggen nodigt de aanwezige commissieleden uit om eventuele vragen te stellen.

      Raadslid Bart Van Doren merkt op dat dit een mooi en lijvig werk is en bedankt de financieel directeur en de financiële dienst voor de opmaak ervan.

      Raadslid Tom Troch zou graag nog een kleine suggestie willen doen. Hij weet dat dit veel werk is voor de financieel directeur, maar hij haalt aan dat de uitleg die ze net gegeven heeft, het interessantste is. Hij vraagt dan ook of het mogelijk is om deze toelichting op papier te krijgen.

      Secretaris Veerle Baudet geeft aan dat de uiteenzetting van de financieel directeur integraal zal worden opgenomen in het verslag.

    • Rivierencontract van de Vliet-Molenbeek

      In de zitting van 12 februari 2019 gaf de gemeenteraad haar principieel akkoord om toe te treden tot het charter "Overstromingsrisicobeheersplan Vliet-Molenbeek". Het contract biedt een antwoord op de vragen hoe we het risico op wateroverlast en droogte in het stroomgebied van de Vliet-Molenbeek in Asse, Bornem, Londerzeel, Meise, Merchtem en Puurs-Sint-Amands verder kunnen beperken en hoe we de waterkwaliteit en de waterbeleving kunnen verbeteren. Over die vragen konden inwoners
      en de lokale partners twee jaar lang meedenken.

      Juridische grond

      - decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen

      - ontwerp rivierencontract

      Motivatie

      Het contract biedt een antwoord op de vragen hoe we het risico op wateroverlast en droogte in het stroomgebied van de Vliet-Molenbeek in Asse, Bornem, Londerzeel, Meise, Merchtem en Puurs-Sint-Amands verder kunnen beperken en hoe we de waterkwaliteit en de waterbeleving kunnen verbeteren. Het rivierencontract is het resultaat van verschillende overlegvergaderingen met de betrokken partijen en burgerparticipatie.

      Financieel aspect

      Actieplan 1.4 - actie 1.4.2

      Mogelijk te voorziene budgetten in 2023 en 2024

      Bespreking

      Schepen Leen Van Aken geeft aan dat dit punt niet geagendeerd werd op deze GRC, maar zou dit toch nog graag bespreken.

      Schepen Van Aken licht dit agendapunt toe.

      Raadslid Bart Van Doren merkt op dat er gesproken wordt op overleg. Aangezien er nu gevraagd wordt om dit goed te keuren, vraagt hij zich af wat het resultaat van dit overleg is. Hij wil rekening houden met de inwoners en dus het algemeen belang. Er is sprake van dat er twee jaar overleg geweest is en inspraak, maar hij zegt hiervan geen weet te hebben.  Hij vraagt zich dan ook af of er rekening gehouden wordt met het resultaat van het overleg.

      Schepen Van Aken geeft aan dat er eerst overleg geweest is in Steenhuffel. Daar zijn heel wat zaken voorgesteld met voorbeeldprojecten, met allerlei informatie over wat burgers kunnen doen, wat overheden kunnen doen. Dan is er een stuurgroep vastgelegd van 40 mensen. Daarmee werd constant vergaderd. De laatste jaren meestal digitaal, voordien ook enkele keren in Walschap. Voor Londerzeel zaten er o.a. 4 burgers en landbouwers, natuurverenigingen in deze stuurgroep. De resultaten werden telkens teruggekoppeld naar hun belangengroepen.

      Burgemeester Moons vult aan dat dit een participatietraject geweest is.

      Raadslid Van Doren haalt aan dat dit participatietraject niet is bijgevoegd.

      Schepen Van Aken geeft aan dat er een oproep is geweest en de omwonenden hebben zelfs brieven gekregen met de verwijzing naar de website, waar niet enkel informatie te raadplegen was, maar waar men ook zelf kon aangeven wat hun bevindingen waren, welke mogelijkheden zij zagen, ... Deze mensen werden bovendien op regelmatige basis op de hoogte gehouden. Het was echt de bedoeling om uit alle geledingen mensen daarbij te betrekken.

      Burgemeester Conny Moons wil hier nog aan toevoegen dat afgelopen maandag, dit tijdens het college nog eens overlopen werd. Er is o.a. sprake van een voorstel van de VMM om, apart van het rivierencontract, om bv. ter hoogte van Sneppelaar een dijk te voorzien voor het water komende van de Moorhoek, richting Sneppelaar. Als college hebben we eraan gehouden om te zeggen dat er wel wat mensen bij betrokken geweest zijn, dat er participatie geweest is. Uiteraard is niet iedereen zich daar bewust van geweest. Niet iedereen die eventueel geïmpacteerd is door het aanleggen van een dergelijke dijk bv. of door de verplaatsing ervan in de Sint-Niklaasstraat is betrokken. We willen wel laten voorzien dat zaken die zouden gebeuren en die een impact hebben, dat die overlegd moeten worden en mits overleg en akkoord met een consensus rond de realisatie ervan.

      Schepen Van Aken vult aan dat er rond die dijk, wetende dat dat gevoelig is voor de aangelanden, zelfs een infomoment geweest. Er werd een digitaal infomoment gehouden over de stand van zaken, aangezien die studie nog altijd bezig is. Alle aangelanden van Sneppelaar en Moorhoek waren uitgenodigd voor dat infomoment. Het is nog steeds een studie en we gaan kijken of het draagvlak hiervoor groot genoeg is.

Namens 11 GRC Maatschappij,

Veerle BAUDET
Secretaris GRC

Mark VERBRUGGEN
Voorzitter GRC Maatschappij