De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de waardevermeerdering van onroerend goed naar aanleiding van een bestemmingswijziging in het kader van de ruimtelijke ordening voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 goed.
De gemeente heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een eenmalige belasting op de waardevermeerdering die ontstaat bij de inwerkingtreding van een ruimtelijk uitvoeringsplan waarbij voor het betrokken perceel een bestemmingswijziging wordt goedgekeurd.
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen
- gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, §4
- wetboek van de inkomstenbelasting 1992, meer bepaald het artikel 464, 1°
- decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
- omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit
- de financiële toestand van de gemeente
Om de continuïteit aan inkomsten te garanderen en om over een juridische rechtsgrond te beschikken om deze inkomsten te innen, is het opportuun om deze belasting te laten hernemen voor de periode 2026-2031.
In het meerjarenplan 2026-2031 worden deze inkomsten jaarlijks voorzien.
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de waardevermeerdering van onroerend goed naar aanleiding van een bestemmingswijziging in het kader van de ruimtelijke ordening voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 goed.