De gemeenteraad keurt het belastingreglement tweede verblijven – aanslagjaren 2026-2031 goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
De gemeente wenst met deze belasting op tweede verblijven een evenwichtige bijdrage te verzekeren van alle gebruikers van haar grondgebied aan de financiering van de gemeentelijke dienstverlening en infrastructuur. Eigenaars van een tweede verblijf zijn, hoewel zij niet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, regelmatig aanwezig in de gemeente en maken gebruik van gemeentelijke voorzieningen zoals afvalophaling, openbare veiligheid, onderhoud van wegen en groen, recreatieve en culturele infrastructuur, enzovoort. De gebruiker draagt voor het gebruik van de tweede verblijf niet bij via de aanvullende personenbelasting, waardoor een onevenwicht ontstaat in de verdeling van de kosten voor deze dienstverlening. Het bestaand belastingreglement op de tweede verblijven loopt af op 31 december 2025. Er werd een nieuw reglement opgemaakt.
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen
- artikel 170, §4 van de Grondwet
- decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
- bestuursdecreet van 7 december 2018
- omzendbrief KW ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 15 februari 2019
- Vlaamse Codex Wonen van 2021
- beslissing van de gemeenteraad van 17 december 2019 houdende goedkeuring van het belastingreglement op tweede verblijven
De gemeente heeft de bevoegdheid om een eigen beleid te voeren inzake tweede verblijven. Dit reglement kadert binnen die autonomie en beoogt een transparante en rechtvaardige toepassing van de belasting op tweede verblijven.
Er bestaat geen hogere regelgeving die gemeenten verplicht om een uniforme definitie van tweede verblijf te hanteren. De gemeente kiest er daarom voor om zich te baseren op de richtinggevende definitie zoals opgenomen in de omzendbrief KW ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 15 februari 2019. Volgens deze omzendbrief wordt een tweede verblijf omschreven als:
“Elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf vormt van de eigenaar of de huurder, maar die wel op elk moment door hem kan worden bewoond. Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans, die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Lokalen die uitsluitend bestemd zijn om een beroepsactiviteit uit te oefenen, garages, tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden niet als tweede verblijf beschouwd. Op tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens kan eventueel wel een belasting op het kamperen van toepassing zijn.”
De rechtspraak stelt dat een belasting op tweede verblijven gematigd moet zijn en niet mag fungeren als een sanctie. Het tarief wordt doorgaans forfaitair vastgesteld, met een vast bedrag per tweede verblijf. De gemeente behoudt de mogelijkheid om het tarief te differentiëren op basis van objectieve criteria zoals ligging, oppervlakte of waarde van het verblijf.
Het reglement voorziet een belastingverhoging bij niet-naleving van de aangifteplicht. De belastingverhoging is noodzakelijk om de correcte toepassing van het reglement te waarborgen, fraude te voorkomen en de belastingplichtigen te motiveren hun aangifteverplichtingen na te komen. De verhogingen zijn proportioneel, wettelijk begrensd en dragen bij aan een rechtvaardige belastingheffing.
Het reglement voorziet een vrijstelling voor het tijdelijk gebruik van de woongelegenheid als opvang van personen in acute noodsituaties, zoals dakloosheid, huiselijk geweld of de plotselinge onbewoonbaarheid van de eigen woning. Deze opvang wordt doorgaans georganiseerd door lokale overheden of erkende maatschappelijke organisaties en is niet bedoeld voor reguliere of langdurige bewoning. De tijdelijke en bijzondere aard van het gebruik vormt de grondslag voor deze vrijstelling.
Het reglement werd opgesteld met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel en de beginselen van behoorlijk bestuur.
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026-2031 goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.