De gemeenteraad keurt de lokale rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel goed.
De Vlaamse Regering heeft een inwerkingsmaatregel opgenomen in het wijzigingsbesluit van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de rechtspositieregeling (BVR RPR 2023). Dit wijzigingsbesluit heeft rechtstreekse uitwerking.
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen
- beslissing van de gemeenteraad van 16 december 2025 houdende goedkeuring aanpassing lokale rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel
- besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen
- besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2025 tot wijziging van het rechtspositiebesluit van het personeel van lokale en provinciale besturen
- beslissing van het college van burgmeester en schepenen van 27 april 2026 houdende aanpassing van de lokale rechtspositieregeling n.a.v. besluit van 12 december 2025 houdende wijziging van het rechtspositiebesluit van het personeel van lokale en provinciale besturen
- positief advies van het managementteam van 20 mei 2026
- Protocol HOC - BOC van 3 juni 2026
Aangezien de gezinsverloven voortaan meetellen voor de opbouw van de eindejaarstoelage, dringen zich aanpassingen op aan de lokale rechtspositieregeling. Het wijzigingsbesluit verplicht het lokaal bestuur immers om het betrokken onderdeel van de regeling volledig in overeenstemming te brengen met het BVR RPR 2023.
In dit kader dient het bestuur een aantal beleidsmatige keuzes te maken:
Budgettaire impact door verlies RSZ-vrijstelling statutairen:
Artikel 1: De gemeenteraad keurt de lokale rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel goed.
Artikel 2: Deze beslissing en de wijzigingen van de lokale rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel treden in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3: De lokale rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel maakt integraal deel uit van deze beslissing.